Arcieftip 78: Lekker handig!

Ik herhaal nog maar eens: sinds wij minimaliseren hebben wij alleen nog in huis wat we écht gebruiken. Spullen die zó belangrijk zijn dat ze in ons huis ‘mogen’ zijn. Dus heel veel is weggaan in de afgelopen jaren. Want waarom zou een mens 25 aardappelschilmesjes hebben, 3 maatkannen, 12 houten spatels, 12 spijkerbroeken of 4 etuis?
Baal je ook van de hoeveelheid spullen in je huis? Baal je van het altijd maar weer opnieuw moeten opruimen van spullen? Baal je van de gangkast die maar amper dicht kan? Kan je belangrijke spullen soms niet vinden? Kan je amper door de garage lopen om achterin te komen? Baal je van voedingsmiddelen in je voorraadkast die over de datum zijn? Bedenk dat het ook anders kan. Ik geef je hieronder een aantal tips:

  •  Als eerste de meest voor de hand liggende: ga opruimen! En dan dus niet simpelweg wat spullen verplaatsen. Ik zie veel mensen hun kasten opruimen door spullen te stapelen en netjes op te vouwen. Da’s natuurlijk fijn. Van chaos naar overzicht. Maar binnen de kortste keren is het vaak weer een troep. Daarom: zorg ervoor dat je het aantal spullen mindert. Echt, neem van me aan: vaak kan meer dan de helft uit je kast weg! Maak er een ander blij mee. Wees streng tegen jezelf: houd het niet om het houden. Je huis is geen bewaarplek. Je huis is om in te leven. Creëer ruimte!

 

  • Als je veel spullen hebt weggedaan, dan wordt het tijd om alles in huis een vaste plek te geven. En spreek met je gezinsleden af dat alles áltijd weer op die vaste plek wordt teruggelegd. Dus ook het aardappelschilmesje in de keukenla. Minder van iets zorgt voor overzicht. Ook voor kinderen. Die vinden het prettig om te weten waar spullen liggen. Ik heb met onze kinderen afspraken gemaakt over hoe ze spullen weer terugleggen. Denk bijvoorbeeld aan de lijmpot (deksel dichtdraaien graag!) Als je een vaste plek hebt voor spullen dan kan je je kinderen ook makkelijker sturen. Zo van: ‘Je weet waar het thuishoort. Het hoort hier niet rond te slingeren.

 

  • Zorg niet alleen voor een vaste plek, maar vooral ook voor een handige plek. Vaak zijn we blind voor de dingen om ons heen en zien we de eigen inrichting niet meer. Dat vind ik altijd zo leuk als ik na een vakantie weer in ons huis kom. Dan lijkt het allemaal net even anders. Soms hebben we niet eens door dat we ons onbewust aan dingen storen. Wij hadden in de garage een grote diepvries. Als je binnenkwam, liep je er zo tegenaan. Makkelijk vooraan. Totdat ik me ineens bewust werd van die plek: de kist stond eigenlijk precies in de loop. Het was een obstakel waar ik mee had leren leven, maar waar ik me wel steeds aan bleef storen. We hebben de kist naar de andere wand verplaatst: probleem verholpen. Misschien woon je zelf heel ruim en geldt dit niet voor jou. Maar denk dan eens aan de spullen die je dagelijks gebruikt: waar berg je die eigenlijk op? Moet je eerst vier dingen aan de kant zetten om bij je vergiet te komen? Of moet je elke morgen de kaasschaaf tussen alle andere keukenattributen zoeken? Hang of leg hem zo weg dat je hem gemakkelijk kunt pakken. Je zult zien hoeveel spullen er eigenlijk op een onlogische plek liggen. Ga de komende tijd eens met die bril op door je huis. Kan je eigenlijk niet goed bij je waterkoker en moet je hem elke keer een beetje verschuiven voordat je hem kunt gebruiken? Misschien kan die dan toch beter op een andere plek staan. Dit geldt ook voor meubels: loop je altijd bij binnenkomst van je woonkamer ‘tegen’ een stoel aan? Misschien geeft een andere plek letterlijk meer ruimte.

Dus:
– Alleen die spullen in je huis die je echt gebruikt
– Voor alles een vaste plek
– Zoek een handige plek

Winkelwagen